Shodoka

Het lied van het onmiddellijke ontwaken

Door: Yoka Daishi

1 Beste vriend, zie je deze verlichte mens niet
die gestopt is met studeren en zonder moeite leeft?
Hij probeert zich niet van illusies te ontdoen of de waarheid te vinden.
Hij weet : de ware natuur van onze onwetendheid is de Wezensnatuur.

2 Ons leeg en illusoir lichaam is het ware Dharma-lichaam.
Begrijpen we het Dharma-lichaam ten volle, dan is er niets meer.
De oorspronkelijke bron van onze eigen natuur
is de zuivere aangeboren Wezensnatuur.

3 De zwevende wolken van de vijf skandha’s komen en gaan langs de hemel.
Het schuim van de drie vergiften verschijnt en verdwijnt op de oceaan.

4 Als we de Werkelijkheid ervaren, bestaat voor ons noch mens noch wet meer.
Ogenblikkelijk wordt het slechte karma, het karma van de hel, vernietigd.
Als ik je met valse woorden bedrieg, moge mijn tong dan als straf
voor eeuwig uitgerukt worden.

5 Als je plotseling, op dit moment, de zen van de Boeddha verwezenlijkt,
verwezenlijken de zes paramita’s en de tienduizend oefeningen zich
ten volle in je lichaam.
In onze droom bestaan de zes illusoire paden duidelijk.
Maar wanneer we wakker worden bestaat er niets meer,
zelfs niet de tienduizend verschijnselen.

6 Er bestaat geen fout, geen geluk, geen verlies, geen winst.
In de vrede van deze absolute voltooiing moeten we nergens naar streven.
Sinds de oorsprong heeft men nooit het opgehoopte stof van de spiegel geveegd, maar vandaag moet men er absoluut de schittering van zien.

7 Wat is het niet-bedachte? Wat is het ongeborene?
Als het ongeborene werkelijk bestaat, kan het ook niet geboren worden.
Vraag een marionet of het doeltreffend is verdiensten te verwerven
om de Boeddha te vinden.

8 Geef de vier elementen op en probeer ze niet meer te grijpen.
Drink en eet naar believen in absolute vrede en voltooiing.
Alle verschijnselen zijn vergankelijk, alles is leegte.
Dat is precies de grote en volledige verlichting van de Boeddha.

9 Een precieze leer en de hoogste dimensie is het symbool van de ware monnik.
Als één persoon het niet eens is, openbaart de leer zich vanzelf.
Want het is een boeddhakwaliteit om meteen de wortels af te snijden.
We kunnen dat niet doen en tegelijkertijd
de bladeren verzamelen en de takken zoeken.

10 De mensen kennen de kostbare mani-parel niet.
Maar iedereen bezit deze schat van de Tathagata, diep verborgen in het alaya- bewustzijn.
De mysterieuze actie van de zes zintuigen is tegelijkertijd leeg en niet leeg.
De lichtkrans van een parel behoort tot de wereld van de verschijnselen
en behoort er tegelijkertijd niet toe.

11 Door onze vijf visies te zuiveren kunnen we de vijf machten verwerven.
Alleen door de beoefening kunnen we dat begrijpen. Het inbeelden is moeilijk!
Het is niet moeilijk om de vorm in de spiegel te zien,
maar er is geen manier om de maan in het stromende water te vangen.

12 We gaan altijd alleen. We stappen altijd alleen.
Op de weg van nirvana spelen alleen de verwezenlijkten samen.
De melodie van zijn leven is klassiek, zijn geest is zuiver en zijn houding
van nature edel.
Zijn wangen zijn ingevallen, zijn jukbeenderen sterk. Niemand schenkt aandacht aan hem.

13 De zoon van Shakya is gekend om zijn armoede.
In werkelijkheid is zijn verschijning arm, maar zijn geest kent geen armoede.
Hij is arm en dus gewoonlijk gekleed in lompen,
maar hij bezit de Weg en bewaart deze onschatbare rijkdom diep in zijn geest.

14 En zelfs als we er gebruik van maken, raakt deze onschatbare rijkdom nooit uitgeput. Hij kan er iedereen dus, bij iedere gelegenheid, zonder enige spaarzaamheid, eeuwig van laten genieten.
De drie lichamen en de vier wijsheden worden ten volle in zijn lichaam verwezenlijkt.
De acht satori’s en de zes bovennatuurlijke krachten
staan in de basis van zijn geest gedrukt.


15 De superieure mens heeft in één keer een totaal begrip.
De middelmatige of inferieure mens hoort wel veel, maar gelooft in weinig
en heeft de diepe waarheid niet.
Werp zelf de lompen af die de schat verbergen.
Ga tegenover anderen niet prat op je toewijding.

16 Aanvaard kritiek en onderwerp je aan de laster van de anderen.
Uiteindelijk vermoeien ze zichzelf alsof ze de hemel met een toorts in brand willen steken.
Wanneer je ernaar luistert is het alsof je zachte nectar drinkt.
Hij lost onmiddellijk op en gaat het mysterie binnen.

17 Als je begrijpt dat harde woorden verdiensten worden,
dan worden ze voor jou een meester van de Weg.
Als je door kritiek niet ontwaakt voorbij de idee van vriend of vijand,
hoe verwezenlijk je dan de oneindige krachten van het mededogen en de doorzetting?

18 Als je de oorsprong, het principe volmaakt begrijpt, zul je het perfect kunnen onderrichten.
Zazen en wijsheid zullen volledig versmelten zonder enkel op de leegte te blijven.
Niet ik alleen heb nu het begrip. Zoals de zandkorrels van de Ganges, hebben de ontelbare boeddha’s dezelfde essentie.

19 De leer van de niet-vrees is als het brullen van de leeuw.
Het verbrijzelt de hersenen van honderd dieren die het horen.
Ondanks zijn kracht verliest de olifant zijn waardigheid.
Enkel de hemeldraak beluistert deze stem tevreden.

20 Ik heb oceanen en meren overgestoken, ik ben langs bergen en rivieren gegaan;
ik heb de meesters bezocht, ik heb de Wegen gezocht, ik heb zazen beoefend.
En sinds ik de weg naar Hui Neng gevonden heb,
weet ik dat geboorte en dood niet verschillen.

21 Lopen is zen, zitten is ook zen.
Of we nu praten of stil zijn, of we nu bewegen of onbeweeglijk zijn,
Ons wezen blijft steeds vredig.
Zelfs tegenover het zwaard van de dood blijft de geest kalm.
Zelfs tegenover gif blijft de geest onverstoorbaar.

22 Mijn Meester ontmoette ooit Dipankara Boeddha en lang geleden werd hij Ksanti.
We moeten vele malen leven en ontelbare keren sterven.
Leven en dood volgen elkaar onophoudelijk tot in de eeuwigheid op.

23 Vanuit het onmiddellijke besef van de geboorteloosheid
is het niet meer nodig ons te verheugen of ons te kwellen
om eerbewijzen of schande.
Diep teruggetrokken in de bergen, leef ik stil en afgescheiden
onder steile rotsen en oude dennen.
Rustig en tevreden zit ik in mijn kluizenaarshut en geniet het eenvoudige
en eenzame leven.

24 Als je werkelijk ontwaakt dan begrijp je, er zijn geen opeenstapeling van verdiensten.
Goede daden doen met een doel kan geestelijk gewin opleveren,
maar het is alsof je een pijl naar de hemel schiet.
Wanneer de kracht van de pijl uitgeput is, valt hij terug op de grond,
en wordt het de bron van ongunstig toekomstig karma.
Is het niet beter door de poort van de onbeweeglijke werkelijkheid te gaan,
En dan ogenblikkelijk binnengaan in de diepste dimensie van de Boeddha.

25 Enkel de oorspronkelijke wortel grijpen, je niet met de takken bezighouden,
is alsof je de weerspiegeling van de maan in een kristallen schaal vangt.
Nu ken ik de schat van de ware vrijheid, die onuitputtelijk is,
niet alleen voor mij, maar ook voor de anderen.

26 De maan schijnt op het water van de rivier, de wind waait door de bomen:
de frisse en zuivere schaduw van de lange nacht.
Waarom is dat?

27 De schat van de voorschriften van de Boeddhanatuur is in onze geest gedrukt.
Mist en dauw, regen en nevel zijn het monnikskleed dat ons lichaam kleedt.
De kom van de monnik om de draak te roepen
en de staf om de tijger op afstand te houden.
De metalen ringen op het einde van de stok klinken helder.
Kom en stok moeten niet beschouwd worden in hun eenvoudige materiële vorm.
Ze betekenen het spoor van de Boeddha intiem volgen
en symboliseren zijn waardevolle staf.

28 De waarheid niet zoeken, de illusies niet afsnijden.
Want ik begrijp duidelijk dat deze twee elementen leeg en vormeloos zijn.
Het vormeloze is leeg noch niet-leeg;
het is de ware vorm van de Boeddha.

29 De spiegel van de geest is zuiver en niets komt hem verduisteren.
Door zijn zuiverheid en zijn helderheid, weerkaatst hij het hele heelal.
De duizenden verschijnselen worden in de spiegel weerkaatst.
Dit volmaakte juweel heeft geen buiten of binnen.

30 De ware vrijheid van de leegte drijft de relatie van oorzaak en gevolg uit,
alles is dan in volmaakte verwarring en wanorde en leidt tot een vreselijke catastrofe.
De dingen loslaten om alleen nog de leegte te bewaren, is ook een ernstige ziekte.
Het is alsof je in het vuur springt om niet in het water te vallen.

31 De illusies willen opgeven om niets dan de waarheid te bewaren
is discriminatie, kunstmatig en nabootsing.
Wanneer een mens alleen de Weg volgt en dat niet weet,
is hij als iemand die een dief adopteert om er zijn zoon van te maken.

32 We verspillen de schat van de dharma en verliezen zijn verdiensten.
Dat is het gevolg van het onderscheidende denken.
Daarom leert Zen zorgvuldig in de eigen geest te schouwen.
Onmiddellijk binnengaan in de verlichting van de geboorteloosheid,
dàt is de kracht van de ware vrijheid.

33 De ware mens grijpt het zwaard van de wijsheid,
de gescherpte punt van de wijsheid, de vlam zo krachtig als diamant.
Dit zwaard is in staat de geest van alle verkeerde begrippen te breken,
maar het kan net zo goed alle demonen bij verrassing slaan.

34 Het onderricht van de Boeddha is als de stem van de donder,
het gedreun van de wet, het geroffel van de trom.
Het verspreidt een wolk van mededogen en een nectar zoet als honing.
De sporen van de draak en de olifant reiken overal, zonder beperkingen,
zodat alle mensen, zelfs zij die een dogmatisch verlichting hebben
of een satori verkregen door boekenkennis,
kunnen ontwaken en door dit onderricht het echte satori vinden.

35 Op de sneeuwbergen van de Himalaya schiet enkel zuiver ongemengd gras op.
Het geeft exclusief de essentie van de smaak en deze smaak bewaar ik altijd.
Eén enkele natuur bevat alle naturen.
Eén enkel ding bevat alle dingen volledig.

36 Eén enkele maan wordt in het water weerspiegeld.
Alle weerspiegelingen van de maan zijn afkomstig van één maan.
Het spirituele lichaam van alle boeddha’s komt in mijn natuur binnen.
Mijn natuur harmonieert met de geest van de Thatagata.

37 Eén wijsheid omvat alle wijsheden volkomen.
Er is geen vorm, geen bewustzijn, geen actie van het karma.
Gedurende één enkel ogenblik worden 84.000 verschijnselen geschapen.
In een één enkel ogenblik is de eeuwigheid voltooid.

38 De maten zijn geen maat.
Hoe kunnen we in overeenstemming met onze ware natuur zijn?
Niet bekritiseren, niet loven.
Ons lichaam is als de hemel. Er zijn geen beperkingen.

39 Als je de plaats waar je bent niet verlaat, blijf je kalm.
Als je probeert te begrijpen, zul je je realiseren dat je niet kan begrijpen,
verkrijgen of verwerpen.
Wat je niet kunt bekomen, zul je onbewust bekomen.

40 Wanneer je stil bent, praat je. Wanneer je praat, ben je stil.
Wanneer de grote poort van de vrijgevigheid open is, zijn er geen hindernissen meer.
Als iemand me vraagt ,welke waarheid heb je ervaren, antwoord ik:
de kracht van de trancendente wijsheid.

41 Wat is het goede, wat is het kwade?
De mensen kunnen het niet weten.
Wat gaat in de goede richting en wat tegen de stroom in?
Dat kan zelfs de hemel niet uitmaken.

42 Vroeger heb ik lang geoefend en gestudeerd.
Het zijn geen loze woorden of leugens.
Hier draag ik het vaandel van de wet en vestig ik de ware religie.
De waarachtige en heilige lijn van de Boeddha
zet zich voort door de monnik van de berg Sokei.

43 Mahakashyapa gaf als eerste de lamp, de fakkel, door.
Sindsdien telt de geschiedenis achtentwintig generaties onder de Indische hemel.
Door de weg van de oceanen bereikte de zen deze aarde.
Bodhidharma was er de grondlegger van.
Zes beroemde generaties volgden hem op en gaven het kleed door.
Voortaan zullen in de toekomstige generaties degenen die Weg van de zen zullen ontvangen talrijk zijn.

44 De waarheid van de zen heeft geen verdediging nodig.
Van dezelfde oorsprong als de illusies is ook zij leegte.
Maar als de twee gezichtspunten van bestaan of niet-bestaan opgegeven worden,
wordt niet-leegte zelf leegte.

45 De twintig poorten van de leegte hebben geen bestaan.
De unieke natuur van de Tathagata’s is oorspronkelijk identiek voor alle dingen.

46 De geest is de wortel, de dharma het stof.
Ze zijn beiden als weerkaatsingen in een spiegel.
Wanneer we dit stof weggenomen hebben, schittert het licht weer.
Geest en dharma zijn volledig verdwenen en dus is onze natuur authentiek.

47 Helaas wordt dit tijdperk gekenmerkt door een verval van de dharma.
De mensen zijn nog nauwelijks gelukkig. Het is moeilijk hen te leiden.
Ze staan ver van de wijsheid, van de heiligheid, en storten zich in verkeerde begrippen.
De demonen zijn sterk, de dharma is zwak, en de schadelijke haat verspreidt zich overal.

48 Ze kunnen luisteren naar de leer van de poort van het echte onderricht van de Boeddha, maar helaas verwerpen ze het en smijten het als een dakpan
in duizend stukken neer, en ze kunnen er de oorspronkelijke vorm niet meer van vinden.

49 De handeling komt voort uit de geest, de ziekte komt voort uit het lichaam.
Je hoeft dan ook tegenover anderen geen enkele wrok te voelen.
Als je jezelf geen onbeperkt karma op de hals wilt halen,
geef dan geen kritiek op het wiel van de dharma van Boeddha.


50 In het sandelwoud groeit geen enkele andere boom.
Enkel de leeuwen leven in dit diepe, dichte, stille bos.
En overal in dit rustige bos amuseren de leeuwen zich vrij.
Alle dieren op de aarde en alle vogels in de lucht zijn ver weg gevlucht.

51 Enkel de welpen lopen in het gevolg van de leeuw.
Nauwelijks drie jaar oud kunnen ze al brullen.
En zelfs als de jakhalzen deze leeuwen, de koningen van de dharma, willen imiteren,
zullen ze niet kunnen verhinderen dat de tienduizend demonen hun muil vrij openen.

52 Het waarachtige onderricht kan door het menselijk verstand
niet gegrepen worden.
Maar als je twijfels hebt, als je het niet begrijpt, kun je er gerust met mij over praten.
Dit is geen opinie die voortkomt uit mijn dogmatisme.
Ik hoop enkel dat onze beoefening niet vervalt in de twee extremen
van ontkenning en bevestiging.

53 Het negatieve is niet negatief, neen niet neen.
Het positieve is niet positief, ja niet ja.
Als we ons hierin een haarbreedte vergissen, raken we er duizend mijl van verwijderd.
Wanneer het ja is, kan zelfs de dochter van de draak ogenblikkelijk Boeddha worden.
Wanneer het nee is, kan zelfs de jonge monnik Zensho tijdens zijn leven in de hel vallen.

54 Ikzelf heb sinds mijn jeugd kennis vergaard,
de teksten en hun commentaren bestudeerd, ook de soetra’s.
Ik heb nagedacht over namen en vormen, maar kende geen rust in die studies.
Want het is al even vergeefs als in de oceaan willen springen,
om er de zandkorrels te tellen.

55 De Boeddha verweet het me terecht,
want, uiteindelijk, welk nut heeft het de schat van anderen te tellen?
Nu zie ik goed dat, tot vandaag, ik, zwervende monnik,
tevergeefs geoefend heb, en gedurende lange jaren op slechte wegen rondgedwaald heb.

56 Doordat mijn natuur weinig verlicht is, heb ik me vergist en heb ik niets begrepen.
Ik kon dan ook geen toegang krijgen tot het ware onderricht van de Boeddha.
De hinayana is helemaal gewijd aan de Weg,
maar de universele liefde blijft in gebreke.

57 Intelligentie en kennis missen de diepe wijsheid.
Ze zijn dom en kinderachtig, degenen die in hun lege vuist of op het topje van hun vinger een valse realiteit scheppen.
Ze bereiken niets omdat ze de vinger die naar de maan wijst voor de maan aanzien.
Vrijwillig vermengen en verwarren ze de objectieve en subjectieve wereld.

58 De mens die alle aspecten omhelst, is Boeddha.
Hij kan dan werkelijk Kanjizai genoemd worden.
Wanneer de verlichting gerealiseerd wordt, wordt het oorspronkelijke karma leegte.
Anders zouden we onze schulden moeten betalen.

59 We hebben honger en zelfs aan een vorstelijke tafel eten we niet.
We zijn ziek en zelfs als we de koning van de dokters tegenkomen,
volgen we zijn remedie niet.
Hoe zullen we dan kunnen genezen?

60 In deze wereld van verlangens kunnen we zen beoefenen
door de macht van de wijsheid.
Als de lotus uit het vuur groeit, kan hij nooit vernietigd worden.

61 Yuse heeft één van de belangrijkste voorschriften overtreden,
maar hij verkreeg nadien het satori van de niet-geboorte.
Op dat moment werd hij Boeddha en nu bestaat hij nog.

62 Het onderricht dat op het brullen van de leeuw lijkt, kent geen angst.
Erbarmelijk, al deze domme en verwarde geesten!
Ze zien in dat de voorschriften breken een belemmering voor de verlichting is,
maar ontdekken het geheim van de essentie van het onderricht van de Boeddha niet.

63 Twee monniken overtraden het voorschrift van de kuisheid en begingen een misdaad.
De leer van Upali deed hun wroeging enkel toenemen.
Maar de grote Vimalakirti veegde hun twijfel ogenblikkelijk weg,
zo snel als sneeuw en ijs smelten voor de zon.

64 De mysterieuze kracht van de verlichting heeft prachtige effecten,
zo talrijk als de zandkorrels van de Ganges.
Waarom zouden we de moeite besparen haar de vier offerandes te doen?
Tienduizend goudstukken zijn daarbij vergeleken niets.
Zelfs als we onze beenderen tot poeder zouden moeten malen
of ons lichaam in stukken hakken, zou dat nog niet volstaan om haar te danken.
Een enkel juist woord overstijgt tien miljard woorden.

65 Hij is de koning van de dharma, hij is de hoogste.
Alle boeddha’s, die zo talrijk zijn als de zandkorrels van de Ganges, getuigen ervan.
Nu weet ik wat de mani-parel is,
en al diegenen die het met vertrouwen ontvangen
kunnen de koning van de dharma zijn.

66 Er is niets te vinden in de wereld van satori,
er is geen mens en zelfs geen boeddha.
De ontelbare universa zelf zijn als luchtbellen in de oceaan.
Alle wijzen en eerbiedwaardigen zijn als bliksems aan de hemel.

67 Zelfs als een grote metalen cirkel boven mijn hoofd begint te draaien
blijft de helderheid van de wijsheid van zazen er.
Zelfs als de zon verkilt of de maan opwarmt,
blijft de ware leer, ondanks talrijke demonen, onvernietigbaar.

68 De olifantenkoets gaat traag vooruit op de weg.
Hoe zou de sprinkhaan zijn wielen de doortocht kunnen weigeren?
69 De grote olifant speelt niet op het pad van de kleine konijnen.
Een groot satori overstijgt de kleine eerbewijzen.
Oordeel niet over de grootsheid van de blauwe hemel, als je er door een strohalm naar kijkt.

70 Beste vriend, als je het nog niet begrijpt,
zal ik het voor jou oplossen.